PRINSEN OP WITTE SCOOTERS

Angeline Schoor, geboren en opgegroeid in Haarlem, woont met haar zoon en twee ratten op een van de Zuid-Hollandse eilanden. In het dagelijks leven is zij leidinggevende binnen de gemeente Rotterdam. Daarnaast is zij singer/ songwriter en treedt zij zo nu en dan op, met haar harp of met gitaarbegeleiding van haar zoon. In de tijd die overblijft, reist zij zo veel mogelijk.
Fragment uit Prinsen op witte scooters: Dag 12 in Hué
Omdat ik vanmiddag met het meisje van het hotel op de scooter meega op een stadstoer langs alle oudheden en ik vanavond in de nachtbus naar Hanoi stap, wil ik de ochtend rustig houden. Ik blijf in bed tot een schandelijke zeven uur. Na de stoepsoep wandel ik kalm door de verzengende zon over een van de bruggen en strijk neer op een bankje in een park aan de westelijke oever. Het bankje staat onder een grote boom die vol zit met trossen groene vruchten, ongeveer als trostomaatjes, dicht tegen de stam. Twee grote hagedissen achtervolgen elkaar over de takken. Er komt een jongeman op een scooter aangereden. Aan zijn stuur hangt een pak waarover een zwarte doek hangt. Hij stapt af, neemt het pak voorzichtig van het stuur en verwijdert de doek. Er zit een houten kooitje met een kleine zangvogel in. Er hangen bakjes met eten en water aan de tralies en het geheel ziet er verzorgd uit. Met het kooitje in de hand klimt hij in de boom en hangt het aan een van de takken. Dan vertrekt hij weer. Ik begrijp de bedoeling van deze handeling niet. Misschien is het een religieus ritueel. Ik hoop in ieder geval niet dat het arme vogeltje hier nu moet blijven hangen en verkommeren. Een goed half uurtje later is de jongen terug. Hij klimt weer in de boom, haalt het kooitje eruit, plooit de zwarte doek er zorgzaam omheen en hangt het aan het stuur van zijn scooter. En dan gaat hij weer. Vogel uitlaten? Het dagelijkse luchtuurtje van de huiskanarie? Hoe dan ook, ik vind zijn tedere omgang met het vogeltje ontroerend. Voor ik moet uitchecken, geniet ik nog eventjes van de koelte en het comfort van de hotelkamer. Het is een zonnige en zeer hete dag en ik zal de hele middag buiten zijn. Dat wordt heel plakkerig de bus in gaan, vrees ik. Dus nu nog snel een koude douche en airco en ventilator eventjes aan.
De hoteljuffrouw is er al als ik beneden kom. Mijn bagage wordt voor me bewaard en ik krijg thee aangeboden. Dan is het tijd voor de toer door de stad. Ze heeft een klein dames-stadsscootertje maar we passen er samen op. Ze rijdt me door stille wijken en parken en laat me vele soorten pagodes zien. Ze variëren in stijl en staat van onderhoud maar zijn allemaal mooi, verlaten en liggen in fraaie, verstilde tuinen. Het mooist en meest indrukwekkend vind ik een pagode die helemaal van kaneelhout gemaakt is. Het donkere balkendak wordt geschraagd door dikke houten pilaren en de parketvloer is glanzend gewreven tot bijna zwart. Met een sobere versiering van goud is dit werkelijk een adembenemend gezicht. Na de pagodes brengt ze me naar een wierookmaakster. Ik heb nooit geweten hoe dat gaat, maar nu zie ik dat de bamboe stokjes met een soort troffel door een stroperige massa worden geplet, terwijl er strooisel van de kaneelboom doorheen gemengd wordt. De aldus gefabriceerde wierookstokjes zijn te lang om in mijn rugzak te vervoeren, maar een pakje wierookkegeltjes past er nog wel in. Voor thuis, om bij te mijmeren in mijn tuin en me een paar momenten terug te wanen in Hué. Als afsluiter rijden we langs de westoever van de Song Huong, het deel buiten de drukte van de binnenstad. De aanblik van de rivier, verlicht door de zich naar de westelijke einder verplaatsende middagzon, onder een blauwe, met dikke cumuluswolken gewatteerde lucht, is onvergetelijk. Dat worden foto’s waar ik kaarten van kan maken. De rit eindigt bij de wereldberoemde Thien Mu pagode, een sierlijke toren die is opgebouwd uit zeven lagen met gewelfde daken die naar boven toe steeds smaller worden. Een bouwstijl die je in Nederland vaak ziet op schilderijen of parelmoerlakwerk aan de muren van Aziatische restaurants. Het is voor het eerst dat ik er een in het echt zie. De aanblik ontroert me. Wat ben ik toch een mazzelaar dat ik zo veel mag reizen en beleven.
1809 IMG_3496b, libellen boven de Song Huong (Parfumrivier) in Hué
Op weg naar het hotel deelt mijn charmante gids mij mee dat ik, voordat ze me naar de bus brengt, gebruik kan maken van de privé-badkamer van het hotel om nog even te douchen. Als ze niet aan het scooteren was, had ik haar omhelsd. Ik plak aan alle kanten en mijn kleren voelen verre van fris. Een douche voor ik de bus in ga, zal de nacht in de bus veel comfortabeler maken. Maar ze is nog niet klaar met haar dienstverlening. Tijdens mijn verblijf hebben we het over mijn reisplannen in het noorden gehad. Een bezoek van een paar dagen aan de minderheden in de omgeving van Sapa staat hoog op mijn lijstje, evenals een jungletrek. Ze heeft wat voor me zitten zoeken en kan voor een zeer schappelijke prijs vast het een en ander voor me regelen. Haar collega in Hanoi kan me daar weer verder helpen. Ik vind het een goed idee. Het scheelt me veel zoek- en uitzoektijd en ik heb vertrouwen in haar en haar connecties. Dus gaat ze voor me aan de slag. Onderweg hebben we informatie uitgewisseld over onze leef- en familieomstandigheden. Ze heeft twee jonge dochters. De oudste zit op kostschool en haar moeder zorgt voor de jongste. Zelf werkt ze zeven dagen per week. Het is niet gemakkelijk om in Hué werk te vinden en als je een baan hebt, wordt er van je verwacht dat je non-stop keihard werkt, anders kun je gaan. Voor jou tien anderen. Haar man, een oud-klasgenoot van haar, heeft geen werk in Hué kunnen vinden en werkt in Hanoi, ruim zeshonderd kilometer ver. Ze zien elkaar eens in de twee of drie maanden. Een hard leven. En dan toch zo zonnig zijn. Ik hoop dat ze commissie krijgt voor het boeken van mijn trip.
Ik verwacht dat ze me met de auto naar de bus zal brengen, gezien mijn bepakking. Maar er staat mij een zeer Aziatische ervaring te wachten. Ze reikt me de helm weer aan, we gaan op haar scootertje. Zij zit aan het stuur, mijn rugzak staat tussen haar knieën. Ik draag mijn dagrugzakje, mijn camera en een tas met bus-eten. Haar dochtertje, dat ze inmiddels hij haar moeder heeft opgehaald, zit tussen ons in. Een hele vracht voor dat kleine scootertje. Maar het gaat best goed. Handig laveert ze door de drukte en levert me ter plaatse af. Daar nemen we afscheid met de belofte dat ik een mooie recensie op de website van haar hotel zal plaatsen. De bus is maar een uur te laat. Maar de passagiers staan warm en droog op de stoep. Niemand maakt zich druk. Dit is Azië.
Advertenties

Geplaatst op 5 september 2015, in Reisverhalen en getagd als , . Markeer de permalink als favoriet. Reacties staat uit voor PRINSEN OP WITTE SCOOTERS.

Reacties zijn gesloten.